Eenheidsstatuut arbeiders-bedienden

Het onderscheid tussen arbeiders en bedienden wordt al jarenlang in onze wetgeving gehanteerd en is historisch te verklaren. Arbeiders verrichtten handenarbeid en bedienden intellectuele arbeid. Vandaag is een onderscheid dat gebaseerd is op de aard van het uit te voeren werk steeds minder gemakkelijk te maken. Manuele arbeid vereist vaak een hoge mate van intellectuele en mentale vaardigheden, terwijl sommige bedienden werk van uitvoerende aard verrichten.

In het kader van het eenheidsstatuut werden sinds 1 januari 2014 een aantal maatregelen van kracht waardoor de ongelijkheden tussen arbeiders en bedienden op het vlak van de carenzdag en opzegtermijnen werden weggewerkt. Er zijn echter ook op andere vlakken nog verschillen, onder andere voor de aanvullende pensioenen in de tweede pijler.

Op dit vlak werden er recent een aantal wettelijke initiatieven goedgekeurd. Principieel zullen arbeiders en bedienden die zich in een vergelijkbare situatie bevinden, in de toekomst gelijk behandeld moeten worden wat hun aanvullend pensioen betreft.

We kunnen u geruststellen. Het blijft mogelijk om verschillende pensioentoezeggingen te voorzien voor verschillende personeelscategorieën, voor zover het onderscheid in categorie niet uitgaat van de begrippen “arbeider” en “bediende”.

Hier leest u meer over het Eenheidsstatuut arbeiders-bedienden.