De programmawetten van 22 juni en 27 december 2012

De regering Di Rupo voerde een aantal begrotingsmaatregelen in die een impact hebben op de aanvullende pensioenen. Eén van deze maatregelen betreft de invoering van de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage, de zogenaamde Wijninckx-bijdrage, op "hoge" premies die aanvullende pensioenen opbouwen in de tweede pijler.

Deze bijzondere sociale zekerheidsbijdrage geldt zowel voor loontrekkenden als voor zelfstandigen. We zetten hier de belangrijkste kenmerken op een rij:

Loontrekkenden Zelfstandigen
In functie van de werkgevers en persoonlijke bijdragen: In functie van de ondernemingsbijdragen:

die dienen ter financiering van de waarborgen leven, overlijden en aanvullende ongevallenverzekering (overlijden door ongeval)

idem

vrijgestelde premies in het kader van de waarborg premievrijstelling worden mee in rekening gebracht

idem

exclusief taksen en RSZ-bijdrage van 8,86%

exclusief taksen

bij overschrijding van de drempel van 30.000 euro (geïndexeerd op jaarbasis)

idem

1,5% op de overschrijding (maar de overschrijding wordt beperkt tot de werkgeversbijdrage als deze kleiner is dan de overschrijding)

idem

ten laste van de werkgever (inrichter)

ten laste van de rechtspersoon (onderneming)
Uitzonderingen: Uitzonderingen:

Geldt niet voor sectorplannen (pas vanaf bijdragejaar 2014)

Geldt niet voor VAPZ en RIZIV-contracten

Voor pensioenplannen die niet werken met individuele rekeningen (bv. collectieve kapitalisatie) wordt gewerkt met een “theoretische premie” die gelijk is aan de verhoging van de verworven reserves rekening houdend met een intrestvoet van 6%: 
Theoretische Premie = Verworven Reserve op dd/mm/jjjj – (Verworven Reserve op dd/mm/jjjj–1 *1,06)

nvt

 

De Wijninckx-bijdrage is voor het eerst verschuldigd voor premies en (ondernemings)bijdragen toegekend over 2011 (= bijdragejaar 2012).

 

Welke stappen heeft P&V ondernomen met betrekking tot bijdragejaar 2012?

P&V heeft de zelfstandigen en de klanten die werknemers in dienst hebben waarvan het premieniveau bij P&V in 2011 aanleiding gaf tot de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 1,5% hiervan in december2012 op de hoogte gebracht.

Voor werknemers moest de werkgever de verschuldigde bijdrage over 2011 (bijdragejaar 2012) nog via de DmfA-aangifte van Q4/2012 aangeven en betalen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) vóór 31/1/2013. Voor zelfstandigen moest de verschuldigde bijdrage in principe uiterlijk op 31/12/2012 worden aangeven en betaald via het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen (RSVZ). Bij wijze van uitzondering werd voor de eerste betaling uitstel verleend tot 28/2/2013.

 

Nieuwe wettelijke procedure vanaf bijdragejaar 2013 (i.f.v. premies/bijdragen 2012)

Vanaf bijdragejaar 2013 (in functie van de premies/bijdragen 2012) verloopt de procedure met betrekking tot de Wijninckx-bijdrage in 4 stappen. De rol van P&V als pensioeninstelling zal zich voortaan beperken tot de jaarlijkse aangifte aan DB2P (Databank 2de Pijler) van de premies/bijdragen op basis waarvan de inningsgrondslag voor de bijdrage kan worden vastgesteld door de RSZ en de RSVZ.

STAP 1

Werknemers
De werkgever bezorgt uiterlijk op 28/2 van elk bijdragejaar (N) aan de pensioeninstellingen de lijst met werknemers die waren aangesloten bij de pensioentoezegging tijdens het jaar dat aan het bijdragejaar voorafgaat (N-1) met hun INSZ-nummer en het KBO-nummer van de werkgever.

Zelfstandigen
De rechtspersoon bezorgt uiterlijk op 28/2 van elk bijdragejaar (N) aan de pensioeninstellingen de lijst met zelfstandigen die waren aangesloten bij de pensioentoezegging tijdens het jaar dat aan het bijdragejaar voorafgaat (N-1) met hun INSZ-nummer en het KBO-nummer van de rechtspersoon.

Deze verplichting gold voor het eerst tegen 28/2/2013. De eerste keer moest er zowel informatie over 2011 als over 2012 opgegeven worden. De pensioeninstelling moet dankzij deze gegevens in staat zijn om haar verplichting beschreven in STAP 2 correct uit te voeren.

P&V heeft deze verplichting naar de tweede-pijler klanten toe niet in de verf gezet omdat onze klantengegevens dankzij inspanningen uit het verleden van goede kwaliteit zijn.

  

STAP 2

Uiterlijk op 30/6 van jaar N deelt de pensioeninstelling aan Sigedis de premies mee op basis waarvan de inningsgrondslag voor de bijdrage kan worden vastgesteld (jaar N-1).

P&V zal deze aangifte voor het eerst doen vóór 30/6/2013. De eerste aangifte zal uitzonderlijk de gegevens over de voorbije twee jaar bevatten: enerzijds het bijdragejaar 2013 (ifv premies 2012) en anderzijds een inhaalbeweging voor het bijdragejaar 2012 (ifv premies 2011)..

 

STAP 3

Sigedis deelt uiterlijk op 30/9 van elk bijdragejaar aan de werkgevers/rechtspersonen, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen (RSVZ) de nodige gegevens mee voor de berekening en betaling van de Wijninckx-bijdrage (over jaar N-1).

Sigedis zal in het 3de kwartaal de gegevens die zij ontving van de pensioeninstellingen bezorgen aan de RSZ en RSVZ die verantwoordelijk zijn voor de inning van de bijdragen. Daarnaast zal Sigedis de werkgevers/rechtspersonen via hun e-Box van de sociale zekerheid berichten over de informatie die zij van de diverse pensioeninstellingen ontving met betrekking tot de Wijninckx-bijdrage.

Wat is e-Box?

De e-Box is een beveiligde elektronische brievenbus waarmee de instellingen van de sociale zekerheid documenten en taken naar ondernemingen kunnen versturen. Op de website van de sociale zekerheid vindt u meer informatie (www.socialezekerheid.be).

 

STAP 4

In het 4de kwartaal van jaar N is de Wijninckx-bijdrage verschuldigd (over jaar N-1) via DmfA-aangifte. 

Werknemers

De werkgever geeft de verschuldigde bijdrage aan aan de RSZ via de DmfA-kwartaalaangifte van Q4 van jaar N (via werknemerskengetal 867). De betaling moet gebeuren vóór 31/1 van jaar N+1.

Zelfstandigen
De rechtspersoon moet de verschuldigde bijdrage uiterlijk op 31 december van jaar N aangeven en betalen via het RSVZ.

 

Welke stappen heeft P&V ondernomen met betrekking tot bijdragejaar 2013?

Bent u al geregistreerd in het user management van de sociale zekerheid? Dan hebt u eind september 2013 via uw e-Box melding gekregen of u voor 2013 een Wijninckx-bijdrage verschuldigd bent. Indien u de Wijninckx-bijdrage verschuldigd bent en niet geregistreerd bent in het user management ontving u ondertussen een brief van Sigedis. Voor bijdragejaar 2012 heeft Sigedis geen communicatie verstuurd. De eventueel verschuldigde bijdrage kunt u terugvinden in de DB2P-toepassing via het portaal van de sociale zekerheid (https://www.socialsecurity.be).

De communicatie van Sigedis via e-Box of brief vermeldt enkel de bijdrage die u eventueel verschuldigd bent in de DmfA-aangifte Q4/2013. Om te controleren of de gegevens waarop deze berekening gebaseerd is volledig en correct zijn, bent u verplicht om aan te loggen in DB2P. Dit is enkel mogelijk indien u geregistreerd bent.

Sigedis heeft zich gebaseerd op de informatie die op 1 september 2013 aanwezig was in DB2P. P&V heeft de aangiften aan DB2P voor zowel bijdragejaar 2013 als 2012 gedaan vóór 01/09/2013. De gegevens die P&V opleverde zijn dus volledig up-to-date, met uitzondering van eventuele correcties na 01/09 op aangiftes gedaan vóór 01/09.

Tegelijkertijd wordt duidelijk dat Sigedis en de DB2P steeds meer aan belang winnen. Deze procedure illustreert hoe Sigedis haar rol vervult als beheerder van de Databank voor Aanvullende Pensioenen in de 2de Pijler (DB2P) en als draaischijf tussen de diverse betrokken partijen.

 

Tijdlijn voor de bijdragejaren 2012, 2013 en 2014

Op de volgende tijdlijn worden alle aspecten van het stappenplan voor de bijdragejaren 2012, 2013 en 2014 visueel voorgesteld.

 

Definitieve maatregel vanaf 2016

Bovenvermelde regels zijn slechts een "overgangsmaatregel". Vanaf 2016 wordt er een definitieve maatregel ingevoerd.