Bijzondere sociale zekerheidsbijdrage (Wijninckx-bijdrage)

In 2012 werden een aantal begrotingsmaatregelen ingevoerd die een impact hebben op de aanvullende pensioenen. Eén van deze maatregelen betreft de invoering van de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage, de zogenaamde Wijninckx-bijdrage, op "hoge" premies die aanvullende pensioenen opbouwen in de tweede pijler.

Deze bijzondere sociale zekerheidsbijdrage geldt zowel voor loontrekkenden als voor zelfstandigen. We zetten hier de belangrijkste kenmerken op een rij:

Loontrekkenden Zelfstandigen
In functie van de werkgevers en persoonlijke bijdragen: In functie van de ondernemingsbijdragen:

die dienen ter financiering van de waarborgen leven, overlijden en aanvullende ongevallenverzekering (overlijden door ongeval)

idem

vrijgestelde premies in het kader van de waarborg premievrijstelling worden mee in rekening gebracht

idem

exclusief taksen en RSZ-bijdrage van 8,86%

exclusief taksen

bij overschrijding van de drempel van 30.000 euro (geïndexeerd op jaarbasis)

idem

1,5% op de overschrijding (maar de overschrijding wordt beperkt tot de werkgeversbijdrage als deze kleiner is dan de overschrijding)

idem

ten laste van de werkgever (inrichter)

ten laste van de rechtspersoon (onderneming)
Uitzonderingen: Uitzonderingen:

Voor pensioenplannen die niet werken met individuele rekeningen (bv. collectieve kapitalisatie) wordt gewerkt met een “theoretische premie” die gelijk is aan de verhoging van de verworven reserves rekening houdend met een intrestvoet van 6%: 
Theoretische Premie = Verworven Reserve op dd/mm/jjjj – (Verworven Reserve op dd/mm/jjjj–1 *1,06)

Geldt niet voor VAPZ en RIZIV-contracten

 

Nieuwe wettelijke (overgangs)procedure vanaf bijdragejaar 2013 (i.f.v. premies/bijdragen 2012)

Vanaf bijdragejaar 2013 (in functie van de premies/bijdragen 2012) verloopt de (overgangs)procedure met betrekking tot de Wijninckx-bijdrage in 3 stappen. De rol van P&V als pensioeninstelling beperkt zich tot de jaarlijkse aangifte aan DB2P (Databank 2de Pijler) van de premies/bijdragen op basis waarvan de inningsgrondslag voor de bijdrage kan worden vastgesteld door de RSZ en de RSVZ.

Wijninckx-bijdrage

STAP 1

Uiterlijk op 30/6 van jaar N deelt de pensioeninstelling aan Sigedis de premies mee op basis waarvan de inningsgrondslag voor de bijdrage kan worden vastgesteld (jaar N-1).

STAP 2

Sigedis deelt uiterlijk op 30/9 van elk bijdragejaar aan de werkgevers/rechtspersonen, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen (RSVZ) de nodige gegevens mee voor de berekening en betaling van de Wijninckx-bijdrage (over jaar N-1).

Sigedis zal in het 3de kwartaal de gegevens die zij ontving van de pensioeninstellingen bezorgen aan de RSZ en RSVZ die verantwoordelijk zijn voor de inning van de bijdragen. Als er een bijdrage verschuldigd is, zal Sigedis de werkgevers/rechtspersonen via hun e-Box van de sociale zekerheid hiervan op de hoogte brengen. 

De e-Box is een beveiligde elektronische brievenbus waarmee de instellingen van de sociale zekerheid documenten en taken naar ondernemingen kunnen versturen. Op de website van de sociale zekerheid vindt u meer informatie (www.socialezekerheid.be).

STAP 3

In het 4de kwartaal van jaar N is de Wijninckx-bijdrage verschuldigd (over jaar N-1) via DmfA-aangifte. 

Werknemers

De werkgever geeft de verschuldigde bijdrage aan aan de RSZ via de DmfA-kwartaalaangifte van Q4 van jaar N (via werknemerskengetal 867). De betaling moet gebeuren vóór 31/1 van jaar N+1.

Zelfstandigen
De rechtspersoon moet de verschuldigde bijdrage uiterlijk op 31 december van jaar N aangeven en betalen via het RSVZ.

Definitieve maatregel vanaf bijdragejaar 2017

Bovenvermelde regels zijn slechts een "overgangsmaatregel". Volgens de recentste berichten zal een definitieve maatregel van kracht worden vanaf bijdragejaar 2017. De definitieve maatregel voorziet in een berekening in functie van het niveau van de opgebouwde pensioenreserves.