Belangrijkste risico’s

 

Faillissementsrisico

De activa van de interne verzekeringsfondsen die aan de levensverzekering zijn verbonden, maken deel uit van een afgescheiden beheer van het bijzonder vermogen, afzonderlijk beheerd binnen de activa van P&V Verzekeringen. Als P&V failliet gaat, is dat vermogen prioritair voorbehouden om te voldoen aan de verbintenissen tegenover de verzekeringsnemers en/of begunstigden.

Na toepassing van het wettelijk voorrecht, loopt de verzekeringnemer bij faillissement van P&V het risico dat hij zijn opgebouwde reserves (kapitaal) niet, of slechts gedeeltelijk terugkrijgt.

Liquiditeitsrisico

De vereffening van de eenheden van een intern verzekeringsfonds kan uitzonderlijk worden vertraagd of opgeschort.

Marktrisico

De waarde van een deelbewijs van een fonds hangt af van de evolutie van de waarde van de onderliggende activa, marktrentevoeten … De eenheidswaarde is nooit gewaarborgd, kan hoger of lager zijn dan op het ogenblik van de premiestorting en er is geen kapitaalbescherming.

Risico’s van het fondsbeheer

De tak23-fondsen zijn blootgesteld aan verschillende risico’s die variëren in functie van de beleggingsdoelstelling en –politiek van deze fondsen en hun onderliggende fondsen. Om deze beleggingsdoelstelling te behalen, kunnen de beheerders van elk fonds beleggen in verschillende activaklassen en volgens verschillende stijlen. De verhoudingen waarin dit gebeurt, zijn variabel en afhankelijk van de marktomstandigheden en de beleggingspolitiek van het betrokken fonds. Aangezien het rendement niet gewaarborgd wordt, bestaat er steeds een risico dat de uitgevoerde beleggingen niet het verwachte resultaat opleveren, dit desondanks de expertise van specialisten.